Intergraal beheerplan Noordzee

Door Wim Piet van Erven Dorens

Nu de ‘Nota Ruimte’ binnenkort door het Parlement wordt behandeld, het IBN 2015 (Integraal Beheerplan Noordzee in jargon) aan het kabinet wordt voorgelegd en onlangs onder auspiciën van het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee IDON een Noordzeeatlas verscheen, lijkt het een goed moment aandacht te besteden aan dit vaargebied.

Betekenis van de Noordzee voor de waterrecreatie
De Noordzee en zeker de kustzone zijn van toenemend belang voor de waterrecreatie in ons land. Niet alleen voor motorjachten en (toer)zeiljachten, maar ook voor brandingzeilers, sportvissers, kanovaarders en strandrecreanten. Summiere gegevens over de grote watersport duiden er op, dat de groei ten minste het dubbele is van de groei op het binnenwater en de Wadden. Dit komt omdat zeegaande jachten bereikbaar worden voor steeds meer mensen en ook omdat bediening en navigatie zoveel eenvoudiger zijn geworden dat zelfs 50-voeters door één of twee personen kunnen worden gevaren. De Noordzee is dus van toenemend belang voor deze categorie. Ook brandingzeilen en sportvissen worden bereikbaar voor steeds grotere bevolkingsgroepen en vertonen eenzelfde groeibeeld. Naast onbelemmerd varen hebben wij ook nog andere wensen. Zo zouden er wat meer zeejachthavens moeten komen omdat de afstanden langs de kust van haven tot haven groot zijn in vergelijking met die in het buitenland.

Internationale overeenkomsten over de Noordzee
Aan de ‘vrije zee’, zoals Hugo de Groot die indertijd definieerde, wordt allang aardig geknabbeld. Zo zijn er een aantal internationale verdragen die Nederland beperkte rechtsmacht verlenen over delen van de Noordzee. De voornaamste zijn:

  • UNCLOS. Dit UN zeeverdrag regelt vrije doorvaart en overvlucht, de 12-mijlszone voor territoriale wateren en de EEZ, de Exclusieve Economische Zone van het Continentaal Plat in de Noordzee. Hierover werd met de buurlanden een verdrag gesloten toen de olie- en gaswinning op gang kwam.
  • OSPAR is een UN verdrag dat het zeemilieu voor een deel van de Atlantische Oceaan regelt. Er zijn voor tien elementen (oonder meer vissen, zeevogels, zeezoogdieren en eutrofiëring) 21 ecologische doelstellingen uitgewerkt. Nederland onderscheidt in haar EEZ vijf gebieden met bijzondere ecologische waarde.
  • IMO regelt de veiligheid op zee en stelt regels voor verontreiniging door zeeschepen.

Dan heeft de EU een aantal richtlijnen en regelingen uitgevaardigd:

  • KRW de kaderrichtlijn Water streeft naar schoner water ook op de Noordzee. De richtlijn onderscheidt stroomgebieden van grote rivieren. Het water van deze grote rivieren verspreidt zich voornamelijk langs de kusten in de 12-mijlszone.
  • EU Vogel- en Habitat Richtlijnen gelden ook voor de 12-mijlszone die immers territoriaal gebied is. Dat betekent Voorzorgprincipe, MER-plicht en compensatie voor verlies aan natuurwaarde. Op grond daarvan eist men bijvoorbeeld compensatie voor de Tweede Maasvlakte.
  • EU Visserij besluiten regelen visquota’s, zeedagenbeperking en gebiedsbeperking voor bedreigde vissoorten.
Nationale wetgeving

Kustnota in samenhang met de Nota Ruimte, de 4e Nota Waterhuishouding, het Structuurschema Groene Ruimte en het ruimtelijk deel van het Nationaal Verkeer- en Vervoersplan. De Kustnota streeft naar:

  • Versterking van de economische ruimte;
  • Handhaving ecologische en landschappelijke waarden;
  • Toetsing nieuwe activiteiten op ‘nut en noodzaak’ en consequenties voor andere sectoren.

De 1-km zone vanaf de kustlijn behoort tot het gemeentelijk gebied en wordt meegenomen in bestemmingsplannen en streekplannen.
De 12-mijls zone is territoriale zee, waarin de bevoegdheden wat minder zijn dan in de 1-km zone. De rest van de EEZ kent nog weer minder bevoegdheden.

Betrokken ministeries

U begrijpt dat bij de wetgeving over zoveel aspecten van de Noordzee ook een groot aantal ministeries zijn betrokken. In het Integrale Beheerplan zal men in de eerste plaats de samenwerking en de procedures daarvoor moeten regelen. De meest betrokken ministeries zijn:

  • Defensie. grensbewaking, kustwacht, mijnenopruiming, oefengebieden, munitie.
  • EZ. Scheepvaart, visserij, delfstoffen en recreatie
  • LNV. Visserij, natuurbeheer en recreatie
  • V en W veiligheid, kustverdediging, vaargeulen, verkeersregeling, boeien
  • VROM ecologie

Daarnaast hebben Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Financiën, Justitie en VWS taken en verantwoordelijkheden.

IBP 2015

Dit Integrale Beheer Plan gaat uit van vier thema’s. De Noordzee moet gezond, veilig, rendabel en bestuurbaar worden. Het Beheerplan bestaat nu uit twee delen:

  1. Een totaalplan hoe men gaat werken
  2. Een integraal afwegingskader voor nieuwe activiteiten en het vergunningentraject. Hiervoor is reeds één ‘Noordzeeloket’ geopend.

De tekst van het IBP 2015 heb ik nog niet aangetroffen, maar het zal zeker complex en omvangrijk zijn, gezien het grote aantal betrokken instanties.

Commentaar

De lezer die tot hiertoe is gekomen, zal het zeker als een erg abstract en complex verhaal ervaren. Dat is het ook. Maar concrete maatregelen zullen volgen en het is zaak bij de formulering daarvan een rol te spelen.

Het IBP 2015 regelt het beheer (nog) niet. Het regelt de samenwerking en de procedures voor de beoordeling van nieuwe activiteiten en beheersbesluiten. Beheersbesluiten vormen de implementatie van beleidsvoorstellen die, zoals wij al eens eerder hebben betoogd, moeten volgen uit de confrontatie van doelstellingen met interne mogelijkheden/onmogelijkheden en externe kansen/bedreigingen. Aangezien er nog grote leemten zijn in kennis (vooral over natuur en ecologie) zal dit proces gekenmerkt worden door ‘learning by doing’. Er moet dan ook ruimte zijn voor inbreng van de zijde van de gebruikers van de ruimte. Daaronder de watersport. We zullen de definitieve tekst van IBP 2015 kritisch moeten bekijken op dit punt en dit zonodig bij de parlementaire behandeling laten aanpassen.

Een voorbeeld van wat ons te wachten staat is het ‘Zee-reservaat’ dat als compensatie voor de Tweede Maasvlakte in de Voordelta moet worden gerealiseerd. De redenering is even simpel als ongefundeerd. ‘Door de Tweede Maasvlakte gaan 2.000 ha natuurwaarde verloren. Gezien de goede ecologische toestand in de Voordelta kan men voor een Zeereservaat hoogstens tien procent verbetering verwachten. Het Zeereservaat moet dus tenminste 20.000 ha groot worden.’

Tot nu toe heeft iedereen deze argumentatie geslikt, waarschijnlijk omdat de economische belangen zo immens groot zijn en omdat nog onduidelijk is wat een Zeereservaat inhoudt. Daarover wordt nu overlegd met het Dagelijks Bestuur van de Voordelta. Daarin nemen Provincie, Gemeente, Waterschap, LNV onder voorzitterschap van Rijkswaterstaat deel. Dit bestuur kent ook een klankbordgroep ‘Recreatie en Toerisme en de Visserijsector’ waarin het BOD vertegenwoordigd is. We zullen de vertegenwoordiger van het BOD krachtig blijven steunen en adviseren.


NIEUWS

Lees ook het Kort Planologisch Nieuws in de rubriek Planologie

Lees meer over het Lustrum weekend