Verkenning IJmeer 2004 - deel 1
Door A.W. de Ruyter van Steveninck
Plannenmakers hebben zich opnieuw gebogen over het stuk water dat ooit Zuiderzee was, toen IJsselmeer en inmiddels IJmeer heet. De nieuwe plannen houden weinig goeds in voor toerzeilers.
De Planologische commissie zet de stand van zaken uiteen.
Eind 2004 is door een aantal organisaties een studie gepubliceerd over toekomstige wenselijke en mogelijke ontwikkelingen van het IJmeer. Het betreft ANWB, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer,
Rijkswaterstaat en de gemeenten Almere en Amsterdam. De coördinerende instantie en opdrachtgever was de Vereniging Deltametropool *. Deze in 2000 opgerichte vereniging stelt zich
ten doel om de losse verzameling steden, stadjes en dorpen in het westen van Nederland om te vormen tot een goed functionerend stedelijk netwerk.
Aanleiding voor deze studie was de constatering dat er een toenemende druk staat op het IJmeer, als gevolg van een onstabiel ecosysteem, een moeizame waterhuishouding, de komst van
steeds meer (recreatieve) bezoekers en in samenhang daarmee bereikbaarheidsproblemen voor Almere. Deze druk zal in de komende decennia verder toenemen. Tussen 2010 en 2030 moeten in
de Noordvleugel van de Randstad 150.000 nieuwe woningen worden gebouwd, waarvan een belangrijke gedeelte in Almere. Dat zal daardoor wellicht de vierde stad van Nederland worden. Zoiets
gaat gepaard met een noodzaak van nieuwe infrastructuur. Ook wordt een grotere recreatiedruk verwacht waardoor natuurwaarden in de knel kunnen komen. Het is daarom duidelijk dat er
t.z.t. iets moet gebeuren. Daarom werd in begin 2003 de Werkgroep 'Verkenning IJmeer' opgericht met leden uit bovenvermelde organisaties, die in oktober 2004 haar eindrapport heeft
gepresenteerd. De werkgroep heeft onderzocht welke problemen zich voor (gaan) doen in het gebied en gekeken naar mogelijke oplossingen. Er zijn ook aanbevelingen voor de toekomst van
het IJmeer opgesteld en men is tot de conclusie gekomen dat het belangrijk is om na deze Verkenning door te gaan teneinde een integrale visie voor het gebied te ontwikkelen die moet
leiden tot een 'Waterpark voor de Noordvleugel'. Hierin moeten recreatie, natuur en verstedelijking in harmonie samengaan.
De boven al aangestipte vijf probleemgebieden: waterhuishouding, ecologie, verstedelijking, infrastructuur en recreatie, zijn op hun effecten en hun onderlinge wisselwerking onderzocht.
Voor elk van deze thema's werd een werkteam met specialisten samengesteld. Deze teams hebben verschillende ruimtelijke modellen in beeld gebracht die op diverse manieren oplossingen
kunnen bieden. Daarbij was ook een 'nulmodel', niets (bijzonders) doen.
Wat betreft de waterhuishouding: de te verwachten klimaatverandering zal leiden tot een aanmerkelijke zeespiegelstijging en tevens grotere rivierafvoeren. Hierdoor wordt spuien naar
zee moeilijker hetgeen een peilverhoging van het IJmeer noodzakelijk maakt. Dat op zijn beurt zal leiden tot zeer kostbare dijkverhogingen en -verbredingen, plus mogelijke compartimenteringen.
Bovendien zullen unieke landschappelijke elementen daardoor van karakter veranderen. Een alternatief hiervoor kan zijn het aanleggen van vooroevers of ondieptes die golfoploop kunnen
temperen. Mogelijk in combinatie met het toestaan van overstorten, d.i. overslaand water, bij sommige dijkvakken, zoals de Waterlandse kust en de Oostvaardersplassen. Opstuwing bij
langdurige sterke wind uit één richting is een ander probleem. Dit kan worden tegengegaan door het aanleggen van één of meer eilanden tussen Waterland en
Flevoland of nog rigoureuzer, van een dam daartussen.
Bij de ecologie spelen de Vogel- en Habitatrichtlijn een belangrijke rol. Als gevolg van de opwerveling van slib uit het Markermeer en de daardoor afnemende lichtdoorlaatbaarheid loopt
het aantal driehoeksmossels terug, en daarmee het voedsel voor een aantal beschermde eenden zoals kuifeend, nonnetje en tafeleend. Door het graven van slibputten en het aanleggen van
vooroevers, dammen en rietlanden kan hierin verbetering worden gebracht. Nog veel meer wordt bereikt door het aanleggen van een archipel van natuureilanden en een verweving van binnen-
en buitendijkse natuurgebieden, in combinatie met een natuurlijk waterpeil, 'zomers laag en 's winters hoog, het omgekeerde van de huidige situatie.
Op het gebied van de verstedelijking noemden wij reeds de ambities van Almere. Naast een verweving van landschap en stad langs de randen van het IJmeer of zelfs een dubbelstad Almere/Amsterdam,
kan ook worden gedacht aan het aanleggen van nieuwe eilanden.
Dat brengt ons op de infrastructuur. De groei van Almere dwingt tot uitbreiding daarvan, zowel voor auto als voor trein. Naast een capaciteitsverhoging van de Flevospoorlijn en de
Rijkswegen A6/A1/A9/A10 kan worden gedacht aan de bouw van een brug of dam over/door het IJmeer. Zie TZ 188, 191.
Recreatie. De geschatte toename met 120.000 bewoners in de directe omgeving van het IJmeer leidt tot meer recreatiedruk op het water en op de oevers. Wat dat laatste betreft lijkt
het zinnig de toegankelijkheid van de drie kusten, die van Waterland, Flevoland en de kuststrook bij Muiden te verbeteren. De watersport is gediend met de aanleg van nieuwe jachthavens,
waarbij wordt verwacht dat er vooral een toename zal zijn van de 'kleine watersport'. Het grote wateroppervlak van het IJmeer kan voor deze tak veiliger worden gemaakt door het aanleggen
van strekdammen en eilandjes op enige afstand van de kust. Het is zelfs mogelijk, bij aanleg van een directe verbinding tussen Almere en Amsterdam, een op watersport georiënteerd
'leisure" programma te ontwikkelen, van betekenis voor de hele regio.
Vele van de gesuggereerde oplossingsrichtingen in de vijf probleemgebieden zijn te beschouwen als inrichtingsvarianten die vaak onderling goed combineerbaar lijken. Zo is de aanleg
van eilanden of vooroevers goed combineerbaar met zekere recreatieve, stedelijke en natuurontwikkelingen; het graven van slibputten levert materiaal voor eilanden en dammen, stranden
en aanlegplaatsen. Er zijn echter ook conflicten tussen diverse gesuggereerde oplossingen. Een natuurlijk peilbeheer ('zomers laag en 's winters hoog) is strijdig met een goede waterhuishouding
en met de zeilsport, natuurontwikkeling gaat vaak niet samen met recreatie, en het aanleggen van eilanden en dammen, en niet te vergeten een brug door het IJmeer, tasten de openheid
daarvan aan. Evenmin is de zeilvaart daarmee gediend. De hamvraag daarbij is: blijft het IJmeer onderdeel van het grotere Markermeer (en IJsselmeer), of wordt het een kleinschaliger
water dat meer aansluit bij het Gooimeer en het Vechtplassengebied?
Het concept: 'Waterpark voor de Noordvleugel' moet oplossingen zoeken voor nationale, regionale en lokale vraagstukken en die op een slimme manier combineren in het IJmeer. Naar de
mening van de Werkgroep IJmeer zijn de nul-opties, de autonome ontwikkelingen die gekozen worden om de sectorale problemen op te lossen zonder daarbij nadrukkelijk het effect op andere
sectoren mee te nemen, verwerpelijk. Zij leiden tot een niet meer te herstellen versnippering. Men wil daarom voor de korte termijn een basispakket van acties en maatregelen samenstellen
waarin de mogelijkheden op de langere termijn niet worden uitgesloten. Dat basispakket moet samenhang en afstemming brengen in de vele lokale plannen en de negatieve effecten van de
autonome ontwikkeling voorkomen. Het dient aandacht te besteden aan o.a. de mogelijkheid van vooroevers, een betere samenhang bij de ontwikkeling van oeverrecreatie en van de drie
kusten. Samen met de provincies Noord-Holland en Flevoland willen de deelnemers in de werkgroep per begin 2006 zo'n evenwichtige visie op het IJmeer en omgeving verder ontwikkelen.
Daarover is op 14 maart j.l. een intentieverklaring overhandigd aan minister Peijs.
Wat moeten wij Toerzeilers nu van deze plannen denken? Van onze leden heeft ongeveer de helft zijn boot aan of bij het IJsselmeer liggen. Zij komen ongetwijfeld regelmatig op het IJmeer
en hechten vermoedelijk aanzienlijke waarde aan de wijde open ruimte. Een paar eilanden is misschien wel leuk om aan te leggen, maar ondergetekende denkt niet dat onze leden zo gecharmeerd
zullen zijn van de aanwezigheid van talrijke eilanden (met daarop bebouwing), en van kleinschalig water. En al helemaal niet van allerlei dammen en ondiepten. Om nog maar te zwijgen
van een dubbelstad Amsterdam/Almere met een verbindende brug/dam over het IJmeer tussen deze steden.
Het is jammer dat het Watersportverbond geen zitting heeft in de werkgroep. Nu worden de zeilersbelangen in hoofdzaak behartigd door de ANWB, die ook moet denken aan zijn autorijdende
en aan de oevers recreïrende leden.
* Wie meer wil weten over Deltametropool, moet op Internet zoeken onder die naam. Daar is te zien dat deze club naast allerlei overheden als leden, ook een commercieel getinte dochter
heeft. Het adres: http://www.deltametropool.nl/pages/gelieerde_organisaties/vrienden_van_deltametropool.php
geeft nadere informatie over de leden van deze club.
Naar de toelichting in deel 2