KENNISBANK

Brandblussers

Hopelijk heeft iedereen er wel een aan boord, een brandblusser. Maar weet iedereen aan boord wel waar ze zijn? Neem dit in elk geval op in de briefing aan opstappers die onbekend zijn met de boot.

Losse brandblussers voor aan boord zijn er in twee categorien:

Schuimblussers.

Deze zijn goed voor branden van vaste stoffen (brand type A) en voor vloeistoffen (brand type B).
Voordeel: Ze laten geen nevenschade achter. Alles moet na gebruik wel goed worden schoongemaakt.
Nadelen: Omdat schuimblussers werken met een combinatie van water en schuim is het niet verstandig om deze te gebruiken waar kortsluiting kan ontstaan. Een ander probleem bij schuimblussers is dat ze niet vorstbestendig zijn, dus ze kunnen ’s winters niet aan boord blijven. Er zijn tegenwoordig echter ook vorstbestendige schuimblussers. Ze zijn ook duurder dan poederblussers.

Poederblussers.

Deze zijn goed voor branden van vaste stoffen, voor vloeistoffen en voor gasbranden (type C).
Voordelen: Ze kunnen voor alle type branden worden gebruikt en ze kunnen ’s winters aan boord blijven
Nadelen: Ze werken iets minder effectief dan schuimblussers en ze laten nevenschade achter. Het poeder trekt vocht aan wat vooral funest is voor de electronica. En bij een brand is na het blussen met een poederblusser grote kans aanwezig dat het vuur opnieuw op zal laaien, goed nablussen en controleren is dus extra belangrijk bij het blussen met een poederblusser.

Een ieder moet voor zichzelf beslissen welk type het meest geschikt is, maar zeker als je alleen maar een buitenboordmotor hebt is een schuimblusser aan te raden.

CO2 blussers

CO2 blussers zijn niet aan te raden voor gebruik aan boord, omdat ze niet alleen de zuurstof voor de brand wegnemen!

Elke ruimte aan boord zou een brandblusser moeten hebben, zodat ze in geval van brand gebruikt kunnen worden om naar buiten te komen. Vaak zijn motorruimtes voorzien van een gat waarin de slang van een blusser gestoken kan worden in geval van brand. Nog beter natuurlijk is een automatische brandblusinrichting.

Ook is het verstandig een zo groot mogelijke blusser te nemen waarbij de handelbaarheid in de beperkte ruimte van een boot natuurlijk niet uit het oog worden verloren. Een poederblusser van 1Kg bijvoorbeeld is in 6-10 seconden leeg.

In Nederland hoeven brandblussers voor prive gebruik niet officieel gekeurd te worden. Gelukkig is dit vrij goed zelf te doen:

  • Kijk of de manometer goed staat.
  • Controleer bij een poederblusser of het poeder niet is gaan klonteren door de blusser om te keren, je moet het poeder dan naar de andere kant horen lopen.

In geval van twijfel, lever het ding in bij de afvaldienst en neem een nieuwe.

Een tweede, onmisbaar blusmiddel is een blusdeken. Die zijn vooral handig waar gekookt wordt.

Dit is overigens een goede tijd om de rookmelder(s) te controleren en de batterij(en) te vervangen. Niet alleen weet je dan zeker dat het ding werkt, ook val je iedereen dan niet lastig met het gepiep dat zo’n melder geeft als de batterij te leeg is.

Gerard Mulder, commsissie veiligheid