Zienswijze commissie Vaarbelangen op de Nationale Omgevingsvisie 2019

HomeVaarbelangenArtikelenZienswijze commissie Vaarbelangen op de Nationale Omgevingsvisie 2019
HomeVaarbelangenArtikelenZienswijze commissie Vaarbelangen op de Nationale Omgevingsvisie 2019

Zienswijze commissie Vaarbelangen op de Nationale Omgevingsvisie 2019

 

Zienswijze van de Nederlandse Vereniging van Toerzeilers op de ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de bijbehorende plan MER.

De abstractie van de NOVI – het is een stuk zonder beleidsbeslissingen- maakt het niet eenvoudig hierop commentaar te leveren. Onze zienswijze zal zich daarom richten op het versterken van bepaalde accenten in de verdere beleidsvorming en – uitvoering. De NOVI zet sterk in op elkaar afgestemde en geïntegreerde beleidsvoornemens, maar toont in haar compleetheid  overduidelijk aan dat harde keuzes gemaakt moeten worden in ons hectische en volle land. Het woningbouw programma sterk verruimen, wind- en zonneparken niet mitigeren en tegelijk 80.000 ha nieuw natuurgebied aanleggen- en dat in een land waar geen vierkante centimeter bij komt- kan natuurlijk niet en is een van de vele voorbeelden om van het mislukken van de PAS maar niet te spreken. Zalvend spreken over een geïntegreerde aanpak miskent de vele harde tegenstellingen, die echt niet altijd win-win kunnen worden overbrugd.

Voor ons staat voorop dat een schone, veilige en aantrekkelijke leefomgeving de centrale doelstelling moet zijn. Toegankelijk en attractief buitengebied is een wezenlijk onderdeel van deze leefomgeving  Niet alleen sterk bepalend voor het economische succes van dit land, maar ook een cruciale voorwaarde  voor het welslagen van de compacte stad, waar de NOVI zo op inzet. 

Er worden keuzes gemaakt voor waardevolle landschappen, waar wij het mee eens zijn : Kust, IJsselmeer, Zuidwestelijke Delta en Wadden. 

Tegelijkertijd geeft de Plan MER aan, dat deze waardevolle landschappen een negatieve trend vertonen door de afname van areaal en van kwaliteit door een veelheid van concurrerende ruimtelijke claims. Het is duidelijk dat die laatste moeten worden afgezwakt en ingedamd.

Laten  wij het IJsselmeergebied eens nader onder de loep nemen; het vaargebied van het merendeel van onze leden. Het is uitloop-, rust- en recreatiegebied van miljoenen Nederlanders en van eminent belang voor het toerisme. De plan MER pleit voor verbetering van de landschapskwaliteit door het toevoegen van rust, ruimte en weidsheid. Dat hoeft hier niet, want dat is juist een kernkwaliteit van het gebied maar bedreigt wordt het zeker.  Het windpark Fryslân tast het noordelijk deel wezenlijk aan, maar gelukkig komen de deelnemers in de Gebiedsagenda tot de conclusie : dat nooit meer. Ook de plan MER stelt dat grootschalige clustering van duurzame energie (en industrie) niet in N 2000 gebieden  moet plaatsvinden. Toch zien wij dat het gevaar nog niet geweken is. De kaart Noordzee gebruiksfuncties geeft het gehele IJsselmeergebied aan als zoekgebied  voor windenergie. Dat is niet acceptabel. Bij de bespreking van de zonne-energie en de gewenste volgorde waar deze energiebron moet worden gelokaliseerd  wordt gesteld dat waardevolle gebieden moeten worden ontzien. Terecht. Wat dan te denken van de zonne-parken, zonne-eilanden en zonne–zandbanken, die in het IJsselmeergebied –als zgn. leeg gebied- worden geprojecteerd ? Als er ergens behoefte is aan flankerend beleid voor natuur en landschap- zie de Plan MER- is het wel hier. 

Ook het industrieel gebied dient een bijdrage te leveren aan voorzieningen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen; niet alles mag op natuur- en recreatiegebied worden afgewenteld.  

De kernkwaliteit van het IJsselmeergebied is niet nevenschikkend naast andere, maar is bovenschikkend en dat moet als zodanig worden uitgedragen. Wat het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta betreft vinden wij tot 2030 steun in de prioriteitsstelling van het programma Grote  Wateren. Daar moeten windparken en zonne-eilanden, net als voor de Waddenzee,  c.a. niet op het programma komen.  

Het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke delta dienen als N2000 gebied en gebieden van grote omgevingskwaliteit voor de toekomst te worden gerespecteerd. Zij zijn geen verder doelgebied voor industrialisatie zoals zonne-eilanden en windmolenparken.

Een manco in het beleid voor alle grote wateren en natuurgebieden is de minimale aandacht voor stilte en duisternis; de lichtvervuiling is behalve op de Wadden fenomenaal. In de plan MER wordt gepleit voor meer aandacht hiervoor en wij onderschrijven dat graag. 

Het aspect duisternis dient als een essentieel onderdeel in de omgevingsvisie te worden opgenomen. Het onnodig aanlichten van de sterrenhemel dient formeel als milieu verontreiniging te worden aangemerkt.

Wat de Noordzee betreft : wij zijn tezamen met het Watersportverbond in elke Noordzee discussie aanwezig en belanghebbende. Wij hebben het Rijk kunnen overtuigen de doorvaart door de windparken (enige uitgezonderd) voor de recreatievaart mogelijk te maken. Diverse scenario’s passeren in de plan MER de revue, maar “Ruimte voor recreatie versus ruimte voor wind op zee” ontbreekt. Ten onrechte. Wij zouden geen partners zijn in de discussie over het medegebruik van de windparken als de recreatievaart als niet belangrijk terzijde zou zijn geschoven. Een aanvulling is dringend gewenst.    

In de omgevingsvisie dient voor de Noordzee te worden voorzien in ruimte voor alle belangengroepen. De claims op de Noordzee overstijgen de beschikbare ruimte.